Search

Zege doet Karen Verhestraeten pech uit Eeklo snel vergeten

Karen Verhestraeten moest in Eeklo half weg de wedstrijd de strijd staken. Afgelopen zaterdag verliep het in Vorselaar een heel stuk beter. De renster van het Donen Vondelmolen team kende een goede voorbereiding en lijkt daar nu de vruchten van te plukken.

Afgelopen zomer was een hele andere zomer dan de voorgaande. “Mijn voorbereiding is vlekkeloos verlopen, iets wat de voorgaande jaren heel wat anders was. Voldoende trainingsuren kunnen malen en de nodige wegwedstrijden en criteriums gereden. Deze zomer heb ik ook voor het eerst twee stages afgewerkt, hier had ik voorheen ook niet de mogelijkheid toe.” Stages die zo door de hulp van haar ploeg zeer gericht heeft af kunnen werken.

Of ze een stap heeft kunnen zetten is nog niet duidelijk. “In Eeklo heb ik wegens rugklachten de wedstrijd halfweg moeten verlaten. Dit was dus niet echt een waarde meter.” Haar tweede wedstrijd van afgelopen zaterdag in Vorselaar verliep dan weer heel anders. “De start was wel een domper, er werd namelijk gestart op nationale ranking. Dus UCI –punten deden er niet toe.” Achteraan starten in Vorselaar is een nadeel, inhalen is daar zeker niet vanzelfsprekend.

Elk plaatsje rustig proberen te winnen

Door het gedrum in de eerste bocht dook ze pas als tiende het veld in. “Ik probeerde om in te halen waar ik kon. Zo reed ik op het einde van ronde één op de derde plaats. In de tweede ronde ging vol in de achtervolging op Bakker.” Even later kwamen ze samen en reden ze met twee de finale in. “Manon Bakker maakte een klein foutje waardoor ik een gaatje kon slaan. Ik bouwde een kleine voorsprong uit en heb deze kunnen houden tot aan de finish.”

“De domper van Eeklo was met deze zege toch wel wat vergeten. Deze zege had ik zeker nodig om vertrouwen te tanken.” Echte doelen voor het seizoen heeft ze niet gesteld. “Ik wil weer een beetje sterker worden en proberen een stapje dichter bij de toppers te komen. Hopelijk kan ik zoveel mogelijk top tien rijden in de grote wedstrijden.”

Foto met dank aan Kristof Bruers